Alexandra reist nogal eens op en neer tussen Zuid-Portugal en Scheveningen. Daarbij is Baskenland een vaste stek waar ze graag wat langer blijft hangen. Om te surfen, om lekker te eten en om te proberen te doorgronden wat dat nou is, een Bask?

“Frans Baskenland is als een aantrekkelijke man met adelijke trekken in outdoor kleding. Hij is verleidelijk, met een moeilijk verleden en is edgy; ruig en ondoorgrondelijk. Een zoektocht naar de spirit van Le Basque.”

“Laat ik beginnen je te vertellen dat er geen Frans Baskenland bestaat. Euskal Herria, het land van de Baskische taal, kent Zuid en Noord-Baskenland.”, zegt de man naast me op de parking van les Côtes des Basques in Biarritz. Ons praatje verliep tot dan gemoedelijk, maar als ik hem vraag iets typisch op te noemen voor Frans Baskenland vernauwen zijn donkere ogen tot smalle spleten. Hij kijkt voor zich uit en lijkt zich even te bedenken hoe hij zonder grof te worden verder zal gaan. De parking kijkt uit over de wijde baai waar golf na golf komt binnenrollen en surfers met klassieke logs, grote vintage surfboards, sierlijk als wat naar de neus van het board lopen, vijf tenen erover, kneedrops maken en scherpe bochten inzetten. Wat een controle over zo’n groot board. Voorzichtig draai ik me weer naar de man en hij lijkt zich hersteld te hebben want glimlacht nu vriendelijk en legt geduldig uit dat wat ten onrechte met Frans Baskenland aangeduid wordt Iparralde, de noordzijde van Baskenland is. Op natuurlijke wijze begrenst door bergen – de Pyreneeën – , de rivier Adour en de Atlantische Oceaan. En wat Spaans Baskenland wordt genoemd is dus Zuid-Baskenland.

Don’t fuck with us

Na deze les wil hij wel verder onderrichten in typisch Baskisch en zegt terwijl hij zijn surfplank op het dak vastbindt: “Don’t fuck with us”. Luid lachend rijdt hij weg en wenst me een fijne tijd. Ja, merci. Ik ben hier ook om te surfen, maar ik stel het uit tot een sessie bij zonsondergang, wanneer het tij weer laag is en het strand zichtbaar. De laatste surfers komen er nu met moeite uit en klimmen over de stenen de boulevard op.

Mijn nieuwsgierigheid naar ‘De Bask’ en wat dat dan mag zijn is gewekt. Tijd om verder uit te zoeken naar wat er zo niet-Frans aan dit laatste stukje Frankrijk voor de grens van Spanje is.

Een bezoek aan Les Halles, de overdekte dagelijkse markt van Biarritz, biedt uitkomst. Grote stukken Jambon de Bayonne hangen als een stoer gordijn aan de slagers-kraam, bij het kruidenvrouwtje slierten gedroogde rode pepertjes uit Espelette en de flessen Patxaran, een bitterzoete likeur van sleedoornbessen staan in het gelid bij de slijter. Een stuk gâteau Basque, hoewel verdacht veel smakend als onze eigen boterkoek, is een niet te versmaden taartje van kruimig deeg, puur of gevuld met pruimen. Het is machtig als een volledige maaltijd en toch smaakt het naar meer.

Swastika met ronde toppen

En wat is toch dat teken, wat je overal terugziet op huizen, hekken, ingemetseld op muren en als decoratie op linnengoed. Een soort swastika, maar met ronde toppen, sierlijk. Ik vraag het de souvenirverkoper die bekers, asbakken en t-shirts met het teken erop aan de man brengt. “Naar de exacte betekenis van de Lauburu blijft het vooralsnog gissen”, erkent de verkoper. ”Interpretaties lopen uiteen van religieus tot politiek. Ik denk dat het vooral een symbool van het leven zelf is, een constant wiel van schepping en eindigheid.” Klinkt diepzinnig en plausibel genoeg.

De volgende dag rijd ik eerst in noordelijke richting, via de stranden van Anglet naar Bayonne, een op het eerste gezicht onaantrekkelijk stad totdat je in Petit Bayonne, de oude binnenstad ronddwaalt. In de smalle straten staan klassieke en middeleeuwse panden wang aan wang en langs de rivier de Nive, die verderop vertakt in de Adour, staan pakhuizen waarvan het houtwerk, de lijsten en de luiken, in feestelijk lichtblauw, marineblauw, grasgroen, olijfgroen, bloedrood en roze zijn geschilderd. Terrassen lonken, maar ik duik het Musée Basque in. Een gigantisch 17e-eeuws pand geheel gewijd aan de geschiedenis van de Basken. Na de vijfde kamer vol objecten, kunst en foto’s is het uiteindelijk een documentaire uit 1920 die me geboeid binnen houdt. Boerenleven, bruiloften en zelfs smokkelaars zijn gevolgd door de camera die je met schokkerige beelden deelgenoot maakt van de oude Baskische cultuur en geschiedenis. Saamhorigheid, familiezin en hard werken lijken de boventoon te voeren, maar met een soort glans laag van onbreekbare trots. Een volk waarvan de geschiedenis zover terug gaat dat niet meer te achterhalen is waar de oorsprong ligt. De taal met geen ander verwant.

Oude en jonge mooie mensen

Een paar dagen later probeer ik het nog eens in een museum. Deze keer iets ten zuiden van Biarritz, aan de rand van Saint-Jean-de-Luz. Een chique stadje waar een hoog gehalte mooie mensen lijkt te wonen. Oude mooie mensen. Die weer voortgeduwd of ondersteund worden door jonge mooie mensen. Omdat de golven deze dag bizar hoog zijn en er nauwelijks ergens anders te surfen is peddel ik uit in de baai van de stad, die beschut door een lang havenhoofd de golven in een flink gedecimeerde maat doorlaat. Het is een lange peddel naar buiten maar de beloning zijn lange ritten na een snelle take-off. Moe maar voldaan zet ik mijn zoektocht naar de Baskische ziel voort. En weer kom ik terecht in een museum. Mijn reispartner is al afgehaakt bij de eerste en toutes seul – er is geen andere toerist te bekennen – begin ik aan een ‘belevenis’ in Baskisch Museum Jean-Vier. Het is een surrealistische tour die me van zaal naar zaal leidt waar ik op bankjes moet gaan zitten, schuin moet kijken of mijn ogen dicht moet doen en luisteren. Een beetje eng is het ook wel. Ik moet een zwakke straal licht volgen en iedere zaal begint donker en ruikt muf. Er staan ouderwetse mens-echte poppen die ineens gaan bewegen, dan weer gaan machines vanzelf werken, er klinken geluiden uit de Middeleeuwen en muziek zwelt aan of er klinkt geschreeuw. En waar leidt dit alles toe? De museum-winkel vol Baskisch linnengoed! Gelukkig heb ik wat tijd in het een-na-laatste zaaltje, waar een lange tafel vol gevulde cocktailglaasjes staat. Al vermoed ik dat het voor een partij bestemd is drink ik er snel een leeg voordat de receptioniste binnenkomt om me te verzekeren dat de toer ten einde is. En ik daarom een Baskisch borreltje mag pakken. Lekker. Snel sla ik er nog één achterover wanneer ze zich omdraait. Ik moet er even van bijkomen, maar als ik het op een rijtje heb begrijp ik dat de Basken erg goed zijn in stevig linnen weven. Ik zit verder af van de ziel dan ooit maar voel me er best lekker bij.

Grote ballen, volle longen

Ik eindig mijn trip in mijn favoriete dorp, Guéthary. Nog steeds gaat de Atlantische Oceaan te keer. Het lijkt gezichtsbedrog maar het zijn toch echt de oude mannen van het dorp die juist nu met grote, smalle boards uitpeddelen op Parlementia, de beroemde reefbreak tussen Guéthary en Bidart. Deze mannen zijn misschien op leeftijd, maar ze gaan erin omdat ze het aankunnen, grote ballen hebben en hun adem als het moet lange perioden achter elkaar in kunnen houden. Zelfs vanaf grote afstand zie je hoe hoog de monsters zijn die aan komen rollen. Wanneer iemand inpeddelt en de drop maakt zie je een poppetje van een golf gaan die minstens vier keer zo hoog is als de surfer zelf. Het heeft in de afgelopen dagen geregend, gestormd, het is zonnig en warm geweest en de groene heuvels leken te stomen in de ochtend. Ik heb vanaf het water bergtoppen met sneeuw gezien en ben de grens van Spanje overgegaan zonder het in de gaten te hebben. Ik heb taarten en pepers en pintxos gegeten –hier geen laffe tapas op een schoteltje, maar flinke porties chipirones, inktvis, en zeebaars uit de oven. Op het terras van café le Madrid in het hart van het dorp probeer ik het te begrijpen:

Ik heb lieve, stoere, grappige mensen zoals jij en ik ontmoet. En toch. Ze waren een beetje anders. Misschien omdat de ziel überhaupt iets ongrijpbaars is, die van de Bask is niet te vatten in een verhaal en omgeven door een geschiedkundig mysterie, zonder begin en ik vermoed ook zonder einde. Wanneer wij, heel gewoon volk, afstammelingen van een allegaartje aan voorouders, op een dag zijn vergaan dan lopen er op aarde nog steeds van die ongrijpbare Basken rond. Met gemeenschapszin, familie feesten en hele grote surfplanken. Ik zweer het je.

Extra trip info:

Wil je meer info over Biarritz, kijk dan op www.tourisme.biarritz.fr en verdere informatie over Frankrijk is te vinden op www.rendezvousenfrance.com

Bron:

Alexandra is een ‘nieuwe nomade’. Met haar groene camper, hond en vriend reist ze de wereld over die zo groot is als de Europese Atlantische kust. Ze is een absolute kenner van Baskenland. Voor meer over deze streek of andere travel & surf tips, volg www.facebook.com/Ilovetheseaside.

Tags:

  • Met haar favoriete bagage (surfboard, laptop en camera) is Alexandra vooral langs de kust te vinden in haar camper. Ze gaat liever op één plek de diepte in dan heel veel spots af te vinken. Soms waagt ze een uitstapje het binnenland in en kan een stad haar boeien. Maar meer nog dan plekken en feiten zijn het de mensen die ze ontmoet die de inspiratie voor een verhaal vormen.

You May Also Like

Wandelen in Tsjechië

Broumovsko is een afwisselende streek met beboste bergen, golvend heuvelland en grillige zandsteenformaties. Vooral ...

Een dromerig mooi uitzicht op de noordkust van Kreta

Kom tot rust op zonnig Kreta

Kreta is al jarenlang een geliefde vakantiebestemming bij Nederlanders. Toch heeft het eiland door ...

Val Thorens

Voor de derde keer op rij is Val Thorens gekozen tot het “Beste Skigebied ...