In deze derde en laatste aflevering staat Joost op de grens van Roemenië en Oekraïne. Vanuit Istanbul is hij vertrokken om in een maand tijd met een Interrail zigzaggend door Oost en Centraal-Europa terug te keren in Amsterdam.

De zon is nog niet op als ik met mijn koffie in een café tegenover het station van Suceava, in het noorden van Roemenië, de kaart erbij pak. Eerst maar eens naar de grens en dan zie ik het wel. Een taxichauffeur vraagt vijftig euro voor de rit. Ik bied tien. Hij accepteert en met hoge snelheid gaat het naar de grens met Oekraïne. In het verlaten niemandsland is ook voor voetgangers een route aangelegd. Vrachtwagens kruipen voorbij en na twee douaneposten sta ik aan de andere kant, het is half negen. Ik wissel euro’s om in hryvnia’s en kan met een servicetaxi meerijden, de man zet me keurig af in het centrum van Tsjernivtsi, de hoofdstad van Boekovina, de regio die Oekraïne en Roemenië delen.

Zuurstokroze kathedraal

De Heilige Geestkathedraal van Tsjernivtsi

De kleuren van het stucwerk van de huizen herken ik van de Sovjet-Unie, het ijsblauw of citroengeel en de Heilige Geestkathedraal is zelfs zuurstokroze. In de twintigste eeuw was Tsjernivtsi Oostenrijks, Roemeens, Sovjet en vanaf 1991 Oekraïens. De bevolking was zeer gemengd met bijna een derde aan Joden. Van die Joodse bevolking is nog maar 2,1% over en de voormalige synagoge in het centrum is nu een bioscoop. Gelukkig heeft restaurant Panska Huralnia nog Joodse specialiteiten als haring vorschmack en gefilte fisch op haar menu.

Borsjt in Panska Huralnia

Een van de mooiste gebouwen is de universiteit. De Tsjech Josef Hlavka was pas 29 toen hij in 1860 de residentie van de Grieks-orthodoxe metroliet tekende waar sinds 1950 de universiteit is gehuisvest. De mengeling van stijlen en het vakwerk van de ambachtslieden is fenomenaal.

Slapen doe ik in het voormalige Palace Hotel. Dat klinkt heel chic maar Hotel Kyiv, zoals het nu heet, is oud en moe en leidt een tweede leven als low-budget logeeradres. De receptioniste gebruikt Google Translate op haar telefoon om te zeggen dat ik alleen cash kan betalen.

Tsjernivtsi’s schoonheid zit meer in de pleinen, het treinstation, het theater of het stadhuis. Waar het rijke verleden van een zo gemengde bevolking met verschillende talen en geloven goed zichtbaar is. Het is sneu dat alleen de ligging in Oekraïne er al voor zorgt dat mensen niet eens overwegen er naar toe te gaan.

Met de Jázmin over de poesta

Een station in Oekraïne

Die gedachte heb ik meermaals in de bus die door de Karpaten rijdt naar Moekatsjeve. Het bergachtige landschap is zo mooi dat elk dorp dat we passeren verlangens oproept er langer te willen blijven. Maar de bus pruttelt door met brommertempo tot we de grote stad hebben bereikt na een rit van tien uur. Hotel Star heeft nog een kamer en met de gunstige wisselkoers betaal ik zestien euro voor mijn viersterrenhotel, nog een groot pluspunt in Oekraïne.

Ober in Moekatsjeve in traditionele outfit

Ook Moekatsjeve kende een grote Joodse bevolking en behoorde toe aan verschillende landen. Die verschillende bevolkingsgroepen komen prachtig naar voren als ik in het restaurant vooraf chovlent bestel, een typische sabbatsoep en als hoofdgerecht een niet zo koosjere gegrilde varkensnek.

Mijn hotel in Boedapest is geboekt en na een stevig Oekraïens ontbijt met pap probeer ik zo snel als het kan de Hongaarse grens te bereiken. Busjes, lopen, liften en herhaal. De grens over terug de Europese Unie in gaat vlot. In het niemandsland kost een halve liter Khortytsa-wodka nog geen drie euro en nauwelijks in Hongarije word ik al opgepikt door een vriendelijk paar dat me afzet voor het station van Nyiregyhaza. De Jázmin InterCity, een snelle en warme trein met wifi, rijdt over de poesta en brengt me in één ruk naar de Donau, waar de receptionisten van Hotel Astoria me vriendelijk begroeten. Pas na een half uur in mijn kamer zie een deur op een kier staan. Connecting rooms wellicht? Zijn ze vergeten de buren af te sluiten? Nee. Ik blijk in een suite te zitten met nog een woonkamer op de hoek met uitzicht over het hele centrum.

De zondag begint glorieus, koud maar met een strakblauwe hemel. Collega Tjeerd Langstraat is ook in Boedapest en na ontbijt op de boerenmarkt in Szimpla steken we de machtige Donau over naar Boeda. Boven op de Gellértberg staat het Vrijheidsbeeld met het mooiste uitzicht over Boedapest. Zuid-Amerikaanse toeristen kijken echter geconcentreerd naar de drie luciferdoosjes waarmee een balletjeballetjespeler en een handlanger ze rap van hun forinten afhelpt.

Het uitzicht over Boedapest vanaf de Géllert-berg

Babyblauwe kerk

Terug op Donauniveau duiken we de kroeg in. Mátra borozó is een wijnbar, met jerrycans vol staan ze onder het raam. De bardame op leeftijd flirt dat het een lieve lust is en verleidt ons met kleine glaasjes pálinka. Aan tafel vertelt Emmerich Kertesz (69) hoe hij in het televisieprogramma De Slechtste Chauffeur van Hongarije belandde.

Het kopstation Budapest-Keleti is groot en licht, het soort treinstation dat een lange reis vereist in plaats van een stukje naar de volgende stad. De trein volgt de Donau tot de Slowaakse grens bij Esztergom voor hij doorrijdt naar het zuidoostelijke hoekje waar de hoofdstad Bratislava ligt, de enige hoofdstad ter wereld die aan twee andere landen grenst, Oostenrijk en Hongarije.

De Sint-Elisabethkerk

Het kleine centrum is een voetgangersgebied. Schoon, opgeruimd en overzichtelijk met rococo paleizen en kerken in onverwachte kleuren, zoals de babyblauwe Sint-Elizabethkerk waar veel getrouwd wordt.

En af en toe is er een vreemde eend in de bijt zoals het gebouw van de Slowaakse radio in de vorm van een omgekeerde piramide. Of de SNP-brug over de Donau, de langste tuibrug ter wereld waarbij kabels uit een soort ruimteschip ontspringen om de brug hoog te houden.  

SNP-brug over de Donau

Soep van ingewanden

Met Daniel, Daniel en Borja, Spaanse studenten die een rondje Oost-Europa doen, zoek ik de warmte op van het Bratislava Flagship restaurant. Het weer vraagt om soep, met veel knoflook geserveerd in een uitgehold brood of met ingewanden. Twee enthousiaste meisjes van de Bratislava Free Tour hebben ons daarvoor drie uur op sleeptouw genomen, langs Čumil, een bronzen beeld van een stratenmaker die tot zijn schouders onder het wegdek zit, en langs Hans Christian Andersen die Bratislava een sprookje vond en wiens wijsvinger voor goed geluk zo is opgewreven dat hij glanst.  De Spanjaarden gaan door naar Wenen, maar ik zoek ’s avonds het station op voor de nachttrein naar Warschau. Mijn couchette hoef ik niet te delen, een van de voordelen als je buiten het hoogseizoen reist. Net als het vinden van een bed in het Patchwork Art Hostel zonder gereserveerd te hebben.

Eerste stop in Warschau is een melkbar, een overblijfsel uit communistische tijden om arbeiders voedzaam en goedkoop te laten eten in een kantine. Mleczny Familijny zit aan Nowy Świat, de straat die naar het oude centrum loopt. Van het menu vol medeklinkers kies ik de borsjt, de heerlijke bietensoep met zure room en dille, voor ik doorloop naar de Heilig Kruiskerk waar componist Chopin letterlijk zijn hart achterliet en de Poolse paus in een marmeren versie met gespreide armen uit een nis springt.

Paus Johannes Paulus II springt uit de muur

In 2013 ging het POLIN open, het Joods museum. De Finse architect Rainer Mahlamäki ontwierp een licht gebouw waarbij de centrale hal van het museum doorkliefd is om de impact weer te geven van de Holocaust op de Poolse samenleving.

Djibouti Krzysz

In Warschau wordt al jaren gesproken dat de pawilony, een netwerk van barretjes rond een binnenhof, gesloopt zullen worden omdat ze op dure grond staan, net achter de Nowy Świat. Maar tot die tijd wordt er vrolijk doorgedronken. Aan Nowy Świat zelf zit Pijalnia Wódki i Piwa, een kroeg waarbij alles één of twee euro kost, je eet er zelfs een steak tartare voor twee euro. Krzysz is een boom van een Pool, hij werkt als een beveiliger op een schip in Djibouti waar hij volgens eigen zeggen veel geld verdient. Drinken mag hij daar niet maar in Polen maakt hij dat tijdens zijn verlof goed. In de laatste kroeg waar hij me mee naar toe neemt is die avond al zo veel gedronken dat er geen koud flesje bier meer is, dus is het tijd mijn hostel op te zoeken. Krzysz heeft minder problemen met lauw bier.

Wrocław (spreek uit: Vrotswaf) was in 2016 Europese Hoofdstad van Cultuur en in 2012 een van de Poolse steden waar het EK werd gespeeld. Dat helpt subsidies aan te boren en om aan je naamsbekendheid te werken want hoeveel mensen kennen een andere stad in Polen dan Warschau of Krakau?

Gekleurde huizen in Wrocław

Het centrum is net als Warschau een kopie van wat er ooit, voor de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog, stond. Een vierkant plein met gekleurde huizen rond het stadhuis. Zomers lokken daar volle terrassen, ’s winters zijn er de kelders met bogen zoals bij Spiż, waar huisgebrouwen bier wordt geserveerd met een sneetje brood met reuzel en grof zout.

Net als in Skopje en Bratislava houden ze ook in Wrocław van silly statues, zij het van een bescheidener formaat want het zijn kabouters. Als eerbetoon aan de Oranje Alternatief beweging uit de jaren tachtig doken ze vanaf 2001 in het straatbeeld op. Je ziet ze overal – inmiddels zijn er al meer dan 300. Studerend, op een brommertje of een bal voortrollend. De ventjes hebben zelfs een eigen museumpje, vlakbij de Sint-Elizabethkerk.

Brutalisme in Berlijn

Voor ik naar Berlijn vertrek bezoek ik Salon Fryzjerski Tropik waar een heel vriendelijk meisje voor vijftien zloty haar trimmer over mijn hoofd haalt en mij weer het heertje maakt.

Berlin Alexanderplatz. Alleen al de naam van het station geeft zin. Ik slaap op loopafstand van het station op de tiende verdieping van One80°, een hostel in een Plattenbau-gebouw, een voormalige DDR-flat aan de Otto-Braun-Strasse.

Stap twee is een fiets want Berlijn is groot. Mijn rode draad is dit keer brutalisme. De bouwstijl uit de jaren zestig die op Instagram razend populair is. Met een oostwest-route fiets ik door Kreuzberg, met wooncomplex Kotti dat als een slang achter het metrostation Kottbuser Tor kruipt en de Sint-Agneskerk, nu een kunstgalerie. In Stadtmitte lijkt de Tsjechische ambassade op een UFO en in het Hansaviertel aan het einde van de Tiergarten staan prachtige woontorens van meesters als Alvar Aalto en Oscar Niemeyer. Als laatste bezoek ik de Deutsche Oper aan de Bismarck-Strasse met een blinde betonnen muur aan de straatkant om het lawaai van het verkeer buiten te houden en een zijkant vol glas als entree.

De Deutsche Oper

Vanaf Berlin Hauptbahnhof vertrekt de volgende dag de trein naar Nederland. In dertig dagen heb ik veertien landen bezocht. Levend uit een aluminium rolkoffer vanaf Istanbul dwars door Oost en Centraal-Europa terug naar Amsterdam.                              

Bron: Joost reisde in een maand tijd van Istanbul naar Amsterdam met een Interrail.

Tags:

  • Van jongs af met zijn neus in een atlas en gestimuleerd door kaarten sturende KLM-ers in zijn familie, zette Joost een carrière als purchasing manager bij een Japanse touroperator om in een schrijvend en fotograferend bestaan als reisjournalist. Met een rugzak naar gorilla's in Rwanda, liftend door Nicaragua of cruisend om Kaap Hoorn. Polyglot Joost bezocht al meer dan 100 landen maar kruipt als een Rupsje Nooitgenoeg over de wereldkaart.

  • Show Comments

Your email address will not be published. Required fields are marked *

comment *

  • name *

  • email *

  • website *

You May Also Like