In de vorige aflevering bezocht Joost een bruiloft in Istanbul voor hij bussen en treinen pakte naar Plovdiv en Sofia in Bulgarije. In het onherkenbaar gepimpte Skopje, de hoofdstad van Macedonië, keek hij zijn ogen uit. Hij liftte door Servië om tijd te winnen en nam in Prijepolje de trein naar Podgorica in Montenegro.

Maandagochtend. De zon schijnt, de bus staat gereed en na een ontbijt met gebakken eieren en bleke knakworsten vertrekken we. Montenegro is zo klein dat de kust snel bereikt is. De route vol haarspeldbochten vanuit de bergen naar Budva laat de blauwe Adriatische Zee zien waar eind oktober nog altijd mensen zwemmen. We passeren de Baai van Kotor met de meest zuidelijke fjord van Europa om uit te komen in Herceg Novi.

Vijftig euro voor een sprong

Jack Delf pikt me op. Hij werkt voor Western Balkans Geotourism Network en zal me in vijf dagen Bosnië en Herzegovina laten zien. Nauwelijks zijn we de grens over of het landschap van de Popovo-vlakte strekt zich uit. Zo ver mijn oog reikt is niets door mensen gebouwd. De gouden herfstkleuren komen uit door de laagstaande zon en met een Bosnische koffie op het terras van een café langs de weg neem ik de eerste indrukken op. We eten en slapen in agroturizam Marića Gaj waar ze ons de leren hoe je een stoofschotel maakt van varkensvlees, paprika en ajvar, de paprika-auberginepuree die alom vertegenwoordigd is in de Balkankeuken. Uiteraard drinken we er rakija bij, huisgestookte brandewijn.

Bij de Šišić familie worden we uitgenodigd voor een woensdagse vastenlunch waarbij geen vlees op tafel komt. Als we de boerderij verlaten is het al na zessen, de gastvrijheid was fenomenaal.

In Mostar staat een jongen in een wetsuit op de Stari Most, de Oude Brug over de rivier Neretva. Hij probeert vijftig euro te verzamelen bij toeristen. Pas dan zal hij vanaf 22 meter in de rivier springen. Maar die dag is niemand bereid zijn knip te openen. 

De Stari Most van Mostar

We bezoeken de wijngaarden van Andrija familie en maken zelf een blend van drie druivensoorten. Het succes van hun wijn zit hem in de grote verschillen tussen hete dagen en koele nachten, hun productie is al een miljoen liter wijn per jaar.

En in Hotel Stanica Ravno is het oude stationsgebouw, dat op de lijn Dubrovnik Wenen ligt, omgebouwd tot een hotel met restaurant. Een geweldig initiatief dat zal helpen om Bosnië en Herzegovina bekender te maken.

Sniper Alley

Sarajevo

Als laatste bezoek ik de hoofdstad Sarajevo, voor de oorlog de meest progressieve stad van Joegoslavië met een rijk cultureel leven. Waar de moskee, de synagoge, de kathedraal en de orthodoxe kerk dicht bij elkaar staan. De langgerekte stad aan beide oevers van de Miljacka-rivier die van 1992 tot 1996 omsingeld was en waar Sniper Alley de gevaarlijkste plek was. Nu is het weer een doorgaande weg met de gebruikelijke Oostblokflats. In het centrum toont het Sarajevo City Center, een glanzend viertal torens met een vijfsterrenhotel en een winkelcentrum, hoe Bosnië van socialisme is omgeschakeld op kapitalisme. Gelukkig worden ook oude gebouwen als de bibliotheek Vijecnica zorgvuldig gerestaureerd.

Klein Istanbul is de bijnaam van de Ottomaanse wijk waar in Ćevabdžinica Hodžić de beste gegrilde gehaktworstjes worden geserveerd. Met ayran, een frisse gezouten yoghurtdrank want er wordt geen alcohol geserveerd. Wel zo handig, want de volgende ochtend moet ik om 05:00 op voor de bus naar Belgrado.

Het bus en treinstation van Belgrado liggen naast elkaar en waar je kijkt zie je groepjes vluchtelingen. Syriërs en Afghanen vooral, de laatsten met meer amandelvormige ogen. Met dikke jassen proberen ze de novemberkou uit hun botten te houden.

Dubai aan de Sawa

Het is een schril contrast met het kantoor van Belgrade Waterfront. In het voormalige Instituut voor Geofysica staan hooggehakte dames potentiële appartementenkopers te woord. Een maquette laat zien hoe het centrum van de Servische hoofdstad met miljarden aan investeringen uit de Verenigde Arabische Emiraten zal veranderen in een Balkanversie van Dubai. Aan de Sava-rivier zullen hotels, kantoren en appartementen worden gebouwd en een glazen wolkenkrabber, de hoogste tussen Istanbul en Wenen. Daar zit niet iedereen op te wachten en de protesten, met een grote gele eend als verzetssymbool, zijn talrijk en creatief. Of het wat uithaalt zal de tijd leren.

Novi Beograd

Belgrado heeft eerder een woningproject van deze omvang meegemaakt. Novi Beograd is een half uurtje fietsen uit het centrum en bestaat uit lange rijen met identieke betonnen flatgebouwen die trapsgewijs zijn gebouwd om alle bewoners een zonnig balkon te geven.

Belgrado´s Dunav station is weinig meer dan een deur in een muur waar het stuukwerk grotendeels van is afgebladderd. Binnen is het steenkoud maar de trein naar de grens met Roemenië vertrekt op tijd. Aan boord zijn passagiers die de tijd hebben, gepensioneerden die familie op gaan zoeken op het platteland of rugzaktoeristen die met een Interrail Centraal en Oost-Europa willen zien.

De grenspost van Roemenië is versierd met drie vlaggen, naast de Roemeense hangen ook de EU-vlag en die van de NATO als dikke neus naar de Serviërs voor wie het lidmaatschap van beide nog lang op zich laat wachten.

Kogelgaten boven McDonald’s

De blauwe vlag wappert veel bij de Roemenen die al begonnen zijn met het opknappen van Timișoara, de plaats waar de Roemeense Revolutie van 1989 begon en die in 2021 Europese Hoofdstad van Cultuur zal zijn. De plattegrond is een fraaie, een vrijwel perfecte cirkel tussen spoorlijn en rivier met drie pleinen die in elkaars verlengde liggen. Het Vrijheidsplein is ruim opgezet, langgerekt en uitkomend bij de Roemeens-orthodoxe kathedraal. Aan het plein ligt het Löfler-paleis in secessiestijl uit 1912 als een symbool voor de huidige stad. Voltooid tijdens de bloeiperiode toen Timișoara nog Hongaars was, kan het nu op zijn zachtst gezegd een lik verf gebruiken. De kogelgaten van 1989 zijn nog zichtbaar en op de begane grond verkoopt McDonald’s zijn hamburgers.

Het Löfler-paleis in Timisoara

Ik hoop dat ze in de aanloop naar 2021 bij de opknapbeurt niet al te rigoureus te werk zullen gaan, dat er nog wel iets overblijft van de schoonheid van het verval.

In Hotel Lloyd brengt een ober op leeftijd in een spijszaal vol kroonluchters, spiegels en palmbomen een espresso voor ik mij naar het Gara de Nord haast waar de nachttrein naar Boekarest wacht.

Iets voor achten wekt de conducteur, ik heb heerlijk geslapen en ben klaar voor een nieuwe stad. Net als de forenzen op het station die gehaast de metro nemen en de zwervers die de eerste fles van de dag drinken.

“Hier kan alles”

Bus 85 naar het centrum geeft een vreemde eerste indruk. Aan het begin van de twintigste eeuw had Boekarest de bijnaam Parijs van het Oosten. Veelal Franse architecten ontwierpen banken en hotels, stadsvilla’s en musea langs brede boulevards. Belle époque-gebouwen die nu of gerenoveerd zijn of dichtgespijkerd met spaanplaten.

Vanaf de vijftiende verdieping van het Intercontinental Hotel zie ik in de verte het Casa Poporului, na het Pentagon het grootste gebouw te wereld. Voor die nieuw aangelegde wijk, het Centru Civic met de ministeries, liet het echtpaar Ceaușescu 20% van de stad slopen, een zware aardbeving in 1977 hielp ze een handje. Nu zetelt het parlement in de megalomane bruidstaart en zitten de Roemenen opgescheept met jaarlijkse miljoenenrekeningen voor onderhoud, verwarming en verlichting. De betaalde rondleidingen zijn een druppel op een gloeiende plaat.

In Control Club is het ’s avonds druk voor een dinsdag. Op het open terras met uitzicht op de Cercul Militar, wordt ingedronken voor later een band optreedt. André, een graphics designer van 29, vindt Boekarest een klein Berlijn. “Hier kan alles.” Met zijn vrienden geeft hij geeft tips voor kroegen en restaurants in vervallen stadspaleizen of garages, en dat ik naar de Obormarkt moet. Waar sinds de achttiende eeuw naast groente en fruit ook van alles verkocht wordt wat van een vrachtwagen is afgevallen.

De overdekte hal is groot en ingedeeld op wat verhandeld wordt. Bij de slagers hangen de varkenskoppen aan een haak en iets verder liggen vette karpers op ijs. De dik ingepakte vrouwen willen niet poseren, maar de mannen hebben er minder moeite mee.

De Roemenen zijn niet alleen qua taal een Latijns volk maar ook in hoe ze zich kleden en hoe ze van het leven genieten. Met hun de jovialiteit lijken ze meer op Spanjaarden en Italianen dan op hun Slavische buren die op mij wachten in Tsjernivtsi in Oekraïne, een hele reis die begint met opnieuw een nachttrein.

Bron: Joost reisde in een maand tijd van Istanbul naar Amsterdam met een Interrail.

 

Tags:

  • Van jongs af met zijn neus in een atlas en gestimuleerd door kaarten sturende KLM-ers in zijn familie, zette Joost een carrière als purchasing manager bij een Japanse touroperator om in een schrijvend en fotograferend bestaan als reisjournalist. Met een rugzak naar gorilla's in Rwanda, liftend door Nicaragua of cruisend om Kaap Hoorn. Polyglot Joost bezocht al meer dan 100 landen maar kruipt als een Rupsje Nooitgenoeg over de wereldkaart.

  • Show Comments

Your email address will not be published. Required fields are marked *

comment *

  • name *

  • email *

  • website *

You May Also Like

Kilimanjaro

Voor de echte bergbeklimmer is de Kilimanjaro misschien niet de meest aansprekende berg, maar ...

De Donau

Drie dagen lang ben ik één met de Donau. Ik fiets, loop, eet, kano, ...

Kreta vakantie gastvrij binnenland

Vakantie op Kreta in het gastvrije binnenland

Vakantie Kreta: Kreta is heeft veel meer dan alleen een zonnige kust. De kloven ...